vrijdag 6 februari 2009

astrid_jongerius

Dames en Heren,
Ien Dales heb ik niet persoonlijk gekend, maar ze is een vrouw met een indrukwekkende staat van dienst. Het voelt daarom eervol om deze Ien Dales-lezing te mogen uitspreken. Dus ja, spreken over het belang van artikel 1 van de Grondwet leek me goed. Maar eerlijk gezegd vroeg ik me later wel af wat ik zou zeggen. Want ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik denk niet dagelijks aan artikel 1 Grondwet

Hoe zie ik het belang van artikel 1 van de Grondwet voor de FNV?

Al denkend hierover trok ik de vergelijking met de FNV Grondslag, zeg maar de grondwet van de FNV.
Ook hieraan denk ik niet dagelijks. Toch is het belang ervan voor ons werk enorm groot.
Waar artikel 1 het morele en juridische anker voor onze samenleving is, zo is de FNV grondslag dat voor de FNV.

Ik wil kort wat over die FNV Grondslag vertellen, om dit te illustreren. En vergeef me als ik overkom als een schooljuf, u moet weten dat dat mijn roeping was voordat ik het pad van de FNV insloeg. De mensenrechten, zoals vastgelegd in de Universele verklaring van de rechten van de mens, zijn het vertrekpunt van de FNV. Van bijzonder belang zijn het recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtvaardige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid. Iedereen, zonder enige achterstelling heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid. Een ieder moet ook het recht hebben om vakbonden op te richten. En zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

De FNV richt zich op 5 centrale idealen:
Gelijkwaardigheid
Solidariteit
Vrijheid
Rechtvaardigheid
Duurzaamheid

Dit alles letterlijk uit de FNV Grondslag.
We verwijzen er niet dagelijks naar. Maar bij grote beslissingen en discussies over onze koers grijpen we er op terug. Zo is het een anker voor de FNV, het zorgt voor continuïteit en de focus op de oorspronkelijke idealen. Discussies over de FNV Grondslag komen niet vaak voor, maar als het gebeurt, laaien de emoties direct hoog op. Ook hierin zit een parallel met de Grondwet. Elke discussie hierover is direct een heftig publiek debat.  Of het nu gaat over het populariseren van de Grondwet om de kloof met de jeugd te dichten. Of over het voorstel om rechterlijke toetsing aan de Grondwet mogelijk te maken. En of het nu gaat over het nut of de last van artikel 23, over de vrijheid van onderwijs
Of over artikel 1.

Twee spraakmakende Kamerleden hebben in de afgelopen 10 jaar veel ophef veroorzaakt met hun pleidooi artikel 1 van de Grondwet te schrappen.
Principiële discussies zijn goed, geen misverstand hierover. Van alle suggesties ten aanzien van de Grondwet - even los van wat ik er van vind - zie ik wel, dat het ter discussie stellen bedoeld is om een maatschappelijk vraagstuk op te lossen: Het populariseren, de rechterlijke toetsing, de inperking van de onderwijsvrijheid. Maar bij de afschaffing van het verbod op discriminatie, zie ik niet hoe dat een oplossing kan zijn van maatschappelijke vraagstukken in het Nederland van vandaag. De oplossing ligt wel op het terrein van integratie en emancipatie, op studie en werk.
Ik kom daar straks nog op terug.

Ik wil u met u drie thema’s bespreken die de FNV de komende jaren centraal stelt.  Het eerste is Decent Work of in het Nederlands Gewoon Goed werk  Daarna wil ik iets zeggen over werk en identiteit Het laatste thema is diversiteit

Vakbonden over de hele wereld zetten zich in voor Decent Work.
Dit begrip verwijst naar een aantal rechten, dat in verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie zijn vastgelegd. In Nederland hebben we dat vertaald naar Gewoon Goed Werk Willen we dat mensen 2 of zelfs 3 banen nodig hebben om hun gezin te kunnen onderhouden?
Willen we onze post bezorgd krijgen door bejaarden die nauwelijks de eindjes aan elkaar kunnen knopen? Willen we onze boodschappen doen in supermarkten met alleen nog superjong personeel, dat met 21 jaar al als te oud op straat wordt gezet? Willen we dat onze woningen, kantoren en openbare ruimten worden schoongemaakt door mensen die te weinig verdienen:  En tolereren we louche uitzendbureaus, die mensen uit Oost-Europa grofweg uitbuiten.

Het aantal werkende armen – mensen die wel werken, maar toch in armoede leven – neemt snel toe. We kennen 1,25 miljoen laagbetaalden: mensen met een laag tot zeer laag inkomen. Dit aantal is de afgelopen 30 jaar verdubbeld. Nederland kent 1,9 miljoen flexwerkers,
van wie een groot aantal onvrijwillig flexibel is.  We zien zeker ook de positieve kanten van flexibiliteit.
Werknemers krijgen meer vrijheid en zeggenschap, door telewerken of zeggenschap over arbeidstijden en om werk en privé te combineren.
Maar ik constateer ook een sluipende trend naar – wat ik noem – ongewenste flex: Onvrijwillig jarenlang werken op tijdelijke contracten, stukloon, minimale deeltijdcontracten onderbetaling, langdurig werken via uitzendwerk, detachering en payrolling.  Vaak hebben deze flexwerkers geen recht op scholing, pensioen en grote problemen om een hypotheek te krijgen. Als je ergens werkt, wil je ook iets opbouwen, je wilt er iets van maken.
En het is triest om te zien dat zoiets in een aantal sectoren onmogelijk wordt.  Het is allang geen marginaal verschijnsel meer.
Het is niet iets dat je alleen overkomt als je wel heel veel pech hebt. Nee, het overkomt gewone mensen, die dachten dat ze een vaste baan en een echt beroep hadden. De keuze voor Gewoon Goed werk hebben we genomen toen het economisch gezien wereldwijd nog goed ging.
In economische onzekere tijd is het probleem nog veel nijpender dan daarvoor. De FNV vindt drie dringen: Werk moet voldoende lonen om zelfstandig te kunnen leven. Flexwerk alleen als het echt nodig is: bij piek en ziek dus. Gelijk werk, gelijk loon. Dus het gewone cao-loon, ook voor uitzendkrachten vanaf de eerste dag.

Ik wil nu met u ingaan op de relatie tussen werk en identiteit. Werk is voor veel mensen heel belangrijk. Niet alleen als bron van inkomen en zekerheid. Maar ook als een belangrijke bron van je identiteit. Als je mensen vraagt iets over zichzelf te zeggen, vertellen ze al snel wat voor werk ze doen. Mijn stelling is dat werk steeds belangrijker wordt als bron van identiteit. Veel vaste identificatiebronnen hebben de afgelopen decennia aan kracht verloren, denk aan de kerken, de zuilen in de Nederlandse samenleving, de politieke stromingen. We weten hoe dat proces is verlopen.
Individualisering is hier een belangrijke sturende kracht in. Maar mensen ontlenen hun identiteit ook aan zaken die buiten hun zelf liggen. Mensen hebben houvast nodig, en werk is daar in toenemende mate van belang. En tegelijkertijd zien we dat in belangrijke sectoren de kwaliteit van dat werk achteruitholt. Werknemers worden bestookt met administratieve regels, controlevoorschriften, theoretische, door anderen smart geformuleerde prestatienormen, ga zo maar door.  

U kent eigenlijk de voorbeelden wel:
- de tijd die een agent of een verpleegkundige kwijt is aan administratie ipv hun eigenlijke taak.
- de batterij aan stelselwijzigingen die docenten over zich heen hebben gestort gekregen.
- De tijd die een verzorgende of verpleegkundige mag besteden aan bepaalde handelingen is tot in detail vastgelegd.
- Normen als 2 x douchen per week in een verzorgingshuis, 1 x luchten per week. Waar is de menselijke maat gebleven?
- De focus op prestatie indicatoren domineert waardoor het gezonde verstand wordt uitgeschakeld.
Target gehaald, maar patiënt overleden, bij wijze van spreken.

Werk is, zoals gezegd, belangrijk voor je identiteit. Omgekeerd geldt ook dat het van groot belang is dat je jezelf kan zijn op het werk.
Om een voorbeeld te noemen:  Paul de Leeuw en Claudia de Breij verstoppen zich niet.  Op de gewone werkvloer gaat dat minder goed. Twee van de drie lesbische of homoseksuele werknemers houden hun geaardheid geheim voor hun collega’s. Samen met Company Pride Platform, een roze netwerk van werknemers over de hele wereld in ICT en financiële multinationals, heeft de FNV plan in uitvoering om in kaart te brengen hoe we met homoseksualiteit op de werkvloer omgaan.  En wat er gedaan kan worden om dat beter te laten gaan. Diversiteitsmanagement kan hier een bijdrage aan leveren. Onderzoek wijst uit dat dit werkt. Accepteren en positief waarderen van verschillen tussen mensen zorgt voor een betere werksfeer, hogere productiecijfers, en een beter bedrijfsresultaat. Mensen die zichzelf mogen zijn, presteren beter, zijn gemotiveerder, zijn minder vaak ziek,
Er zijn ook organisaties die volop met diversiteitsmanagement aan de slag zijn gegaan.  Maar om nou te zeggen dat onze arbeidsorganisaties divers zijn samengesteld. Bepaald niet.  Om deze reden heeft kabinet de SER om advies gevraagd. Centraal voor de FNV staat de vraag onder welke voorwaarden diversiteit werkt voor bedrijven. Hoe kunnen we de meerwaarde binnen bedrijven daadwerkelijk verzilveren. In de SER proberen we hier samen met de werkgevers een doorbraak te realiseren.

Ondertussen gaat het maatschappelijke debat over integratie door. We weten dat Nederland van oudsher een immigratieland is. De vraag die mij vooral bezighoudt: Is Nederland ook een emancipatieland? Hebben we een samenleving die emancipatie bevordert of juist afremt?
In feite zijn we een land met verschillende emancipatiesnelheden.  We kunnen trots zijn op de emancipatie van de werkende klasse.
Dat kinderen van arbeiders een wetenschappelijke opleiding volgen, we vinden normaal. Ten aanzien van vrouwen, geldt dat we een heel eind op streek zijn. De vrouwen domineren het hoger onderwijs, salarisverschillen in de beginfase op de arbeidsmarkt zijn aan het verdwijnen.
De belangrijkste kwestie is nog: de vrouwen aan de top. Het emancipatieproces van allochtonen is – relatief gezien – van recentere datum.

Er gebeuren mooie dingen:kijk maar naar eens naar de prestaties van allochtonen in het hoger onderwijs. En ook de participatiecijfers vertonen een goede ontwikkeling. Maar het is een proces dat kwetsbaar is. Door de kredietcrisis dreigt de winst de winst van de laatste jaren verspeelt te worden. Flexwerkers zijn overal als eerste ontslagen en allochtonen zijn hierin sterk vertegenwoordigd.

Maar goed, mensen beoordelen het emancipatieproces van allochtonen verschillend. Of je hier positief of negatief over bent, is een keuze.
De vraag is of je bereid bent het hele spectrum te overzien, of dat je er voor kiest in te zoomen op een deelonderwerp.
Onbetwist is wel dat allochtonen zich moeten voegen naar de belangrijkste waarden en normen van dit land.
Maar wat ik mis, is een emphatische invalshoek.
De menselijke kijk op de zaak.

We moeten ons meer realiseren dat achter verzameltermen als autochtoon-allochtoon, een hele andere - en echtere - wereld schuilgaat.
Natuurlijk, de eerste generatie Marokkanen uit het Rif-gebergte stonden erg ver af van de Hollanders uit de Jordaan.
Maar er is ook een groot verschil tussen de Marokkaan uit het Rifgebergte en de Marokkaan uit Casablanca.
Net zoals er een verschil is tussen een Turk en een Surinamer.
Turkije en Suriname liggen op de wereldbol namelijk wel een stuk verder van elkaar dan Turkije en Nederland.  En ik voel me zelf niet altijd thuis tussen de dames van mijn eigen leeftijd uit de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid. De menselijke invalshoek ontbreekt nog.

Onbekend maakt onbemind.
“Nee, met die moslims, wil ik niets te maken hebben”. “En met Mo dan?  “Mo? Nee, dat is een toffe vent, hij is anders” Mensen labelen, je hebt de groep – allochtone moslims – en je hebt Mo. Maar ik vindt er ook iets hoopgevends in. Labels die op bevolkingsgroepen worden geplakt, zijn niet definitief. Ze liggen niet voor eens en altijd vast. Wij kunnen hier wat aan doen.
Mensen veranderen door direct contact. En dan komen studie en werk om de hoek.  Bij uitstek de plaats waar je andere mensen ontmoet.  Je hebt de studiegenoten en collega’s namelijk niet voor het uitkiezen. Dus, ja, studie en werk zijn de motoren van integratie, van emancipatie.

En dan het tempo. Hoe snel kan het gaan? Hoe traag mag het gaan? Ik denk dat wij allemaal willen dat het sneller gaat.  Maar het is net als met opgroeiende pubers.  Je moet er door heen, zowel het puberende kind als de ouders. Aan de arbeidsparticipatie van vrouwen zien we dat er veel bereikt is. Aan de arbeidsparticipatie van Surinamers zie je het ook, eigenlijk zijn dat geen allochtonen meer.  Maar bij de allochtonen in brede zin zie je dat we middenin het proces zitten. Ik hou er helemaal niet van om Obama aan te halen, maar ik was echt ontroerd door de woorden die hij sprak bij zijn inauguratie. A man whose father less than 60 years ago might not have been served at a local restaurant can now stand before you to take a most sacred oath. 29 woorden, zo simpel en subtiel, maar 100% raak.

Als 60 jaar strijd voor rechtvaardigheid zo’n fundamentele wijziging tot stand kan brengen, dan kunnen we het diversiteitsbeleid toch echt wel sneller verzilveren? Dat vereist volle inzet, overtuiging en passie. De FNV doet dat op verschillende manieren: 

door te voorkomen dat we de “participatiewinst” van de afgelopen jaren door de kredietcrisis zien verdampen.door te werken aan Decent Work, vakmanschap op het werk, en diversiteitsbeleid binnen bedrijven.Door projecten gericht op integratie op de werkvloer (hallo collega). Door projecten gericht op het leren van vaktaal op de werkvloer aan niet Nederlandstaligen. Etc.

Met inzet, passie en volharding werkt de FNV aan haar idealen, van gelijkwaardigheid, solidariteit, vrijheid, rechtvaardigheid en duurzaamheid.
Ik herken de passie en betrokkenheid gelukkig bij vele anderen.
Zo ook vanavond!