Ook dit jaar was het weer lastig om uit verschillende voordrachten voor de Burgermeester Dalesprijs een winnaar te kiezen. Gelukkig maar,  want dat betekent dat er in het Rijk van Nijmegen, ondanks trends als individualisering, nog altijd meerdere mensen zijn die zich inspannen voor zaken die er werkelijk toe doen.

De lastige was niet alleen het gevolg van het moeten kiezen uit meerdere terechte aanmeldingen. Het hing ook, evenals vorig jaar,  samen met de inhoud van artikel één, het uitgangspunt van de prijs. We vroegen ons af of artikel één nu vooral over de verhouding tussen burger en overheid gaat, of over de discriminatie van burgers door hun mede burgers. In het eerste geval zou je op zoek moeten gaan naar een prijswinnaar die de strijd aangaat met of tegen de ongelijkheid die ondanks en door de overheid bestaat. Als het bestrijden van de ongelijkheid die burgers elkaar aandoen centraal staat, dan zoek je een winnaar op dit vlak zijn sporen heeft nagelaten/verdiend.  Dat zou onze taak natuurlijk een stuk eenvoudiger maken.

We hebben de wetstekst erbij gehaald, maar die bracht niet de gehoopte focus. Artikel één gaat namelijk over beide. Het stelt dat iedereen die zich in Nederland bevindt in gelijke gevallen gelijk behandeld zal worden, ongeacht ras, geslacht, geloof, of welke grond dan ook.  Het wetsartikel is in eerste instantie bedoeld voor de relatie tussen overheid en burger, maar wordt óók gebruikt ter regulering van de relaties tussen burgers onderling. Enfin, geen antwoord – en uiteindelijk bleek dat ook niet nodig, want er bleek een kandidaat te zijn die zich inzette voor discriminatie op beide assen.

Het is dus de inhoud van artikel één zelf, die door haar breedte nog steeds, en steeds weer op andere manier, actueel is. Discriminatie kent nu eenmaal heel veel verschillende gezichten, en neemt ook steeds weer nieuwe vormen aan. Artikel één vraagt  zo telkens weer om positie bepaling, om goed kijken wat er gaande is, waar het mis gaat, en hoe dat verholpen kan worden. Het vraagt steeds weer om kritische aandacht. Van iedereen, en dus ook van de jury. (mooi maar overbodig?)

De Burgermeester Dalesprijs is bedoeld voor een persoon of instelling die zich op vrijwillige, zeer persoonlijk en voorbeeldige wijze inzet voor dit artikel één. Voor mensen die zich a) belangeloos, dus vrijwillig,  b) op bijzonder en voorbeeldige wijze inzetten voor   1) de emancipatie van minderheden, 2) gelijke behandeling van achtergestelde groepen, en 3) het bestrijden van discriminatie. Want al hebben we artikel één, daarmee is de doelstelling van de wet natuurlijk  nog niet gerealiseerd. Ook de wet is dus afhankelijk van de inzet van burgers om het idee waar zij voor staat, het recht, te laten slagen.

Gelukkig hebben wij in Nijmegen zulke mensen, mensen die op volledige vrijwillige basis, al jarenlang, zich met hart en ziel inzetten voor gelijke behandeling van achtergestelde groepen, bijvoorbeeld door mensen die geen gebruik kunnen, mogen of durven te maken van de reguliere medische zorg toch deze zorg te bieden. En vervolgens verder te gaan, door te organiseren dat deze zorg niet op incidentele basis beschikbaar is, maar structureel ook voor deze mensen beschikbaar komt en blijft.

Wij mogen trots zijn dat wij in Nijmegen mensen hebben die discriminatie bestrijden, doordat ze zowel de dagelijkse discriminatie van de ‘samenleving’ ‘de burger’, als de  institutionele discriminatie die dak- en thuislozen, prostitués, mensen zonder papieren en asielzoekers ondervinden,  doorbreken en tegen gaan. Mensen die emancipatie van minderheden bevechten, meter voor meter, door bijvoorbeeld vrouwen in het internationale vrouwencentrum niet allen medische zorg, maar ook een luisterend oor te bieden. Door hen bij te staan, te coachen, waardoor zij beter een eigen plaats in hun gemeenschap en de samenleving kunnen innemen. Of de emancipatie van minderheden te ondersteunen door aandacht te vragen voor de onbewuste discriminatie die zich decennia lang heeft voorgedaan, en helaas zich nog steeds wel voordoet, als iemand  van allochtone afkomst zich bij een huisarts meldt. Je hebt een andere wijze van uiting geven aan je klachten, maar mag je daarmee het risico lopen dat je minder serieus genomen wordt genomen? Je spreekt minder goed Nederlands, is het daarmee acceptabel dat je niet goed begrepen wordt en daarmee onvolledige of verkeerde zorg krijgt? Inmiddels is een generatie huisartsen beter geschoold in het omgaan met patiënten van niet Nederlandse komaf. Gelukkig maar. Maar we moeten niet vergeten dat daar hard en lang met grote inzet  voor is gevochten, dat het resultaat een gevolg is van flinke inspanning.

In het Rijk van Nijmegen is er iemand die al heel lang voor vecht voor al de zojuist genoemde elementen.  Haar inspanningen beslaan dus alle aspecten van artikel één, en alle interpretaties van de doelstelling van de prijs.

Fifi Groenendijk zet zich al jarenlang voor de gelijkheid, werkelijke gelijkheid van hen die in Nederland zijn. Van mensen die door hun medemensen worden uitgesloten, en van mensen die, dit in weerwil van artikel één, toch vanwege de overheid minder gelijk zijn –

De beoogde laureaat van dit jaar doet dit door meer dan alleen maar directe hulp te bieden, maar ook door de mensen die ze helpt zelf te versterken, en bovendien deze ondersteuning structureel te maken. Ze doet dit al heel lang, vol overgave, met grote toewijding en in alle bescheidenheid.

De jury is dan ook trots  Fifi Groenendijk voor te dragen aan het bestuur van COC Nijmegen als kandidaat voor de Burgermeester Dalesprijs 2014.  

De jury,

namens deze,

Wieneke Mulder