Hieronder vindt u de lezing van Gerdi Verbeet van vrijdag 31 januari 2020.

                                                     

GESPROKEN WOORD GELDT

 

Daleslezing 2020 door Gerdi Verbeet, voorzitter NC 4&5 mei, Nijmegen 31 januari 2020

 

Beste vrienden van Ien Dales, leden van de Stichting, beste Nijmegenaren,

Vorig jaar hield op deze plaats de journalist Sinan Can een Ode aan de Vrouw. Aan zijn moeder, voorzitter van de Turkse vrouwenvereniging. Aan Aletta Jacobs, aan Rosa Parks, aan al die andere strijdbare vrouwen – en natuurlijk aan Ien Dales. Een prachtige lezing. Nu heeft u mij gevraagd hier vanavond tot u te spreken en dat vind ik eervol. Dit is een bijzondere bijeenkomst, gewijd aan een bijzondere vrouw. 

Sinan Can vertelde vorig jaar dat zijn moeder Ien Dales wel eens had gesproken – dat kan ik niet zeggen. In de tijd dat zij minister was, werkte ik nog net niet in Den Haag. Actief partijlid was ik wel en ik heb haar wel gezien op congressen van onze partij, de PvdA. Maar ik heb haar nooit durven aanspreken.

Ien Dales was voor mij als beginnend politica echt een voorbeeld. Stoer en stevig. Ze had iets onverzettelijks. Zoals premier Lubbers zei bij haar overlijden: ´een vrouw met Geuzenbloed´. Ze stond voor haar mening, ook als dat niet de gangbare was. Maar ook met een open geest voor de meningen van anderen.

Wat had ik haar graag als mentor gehad toen ik de politiek in ging. 

Dat mocht niet zo zijn. Maar vandaag, op deze aan haar gewijde avond, wil ik een paar thema´s met u bespreken die ik haar heel graag had willen voorleggen. Zeg maar: vragen aan Dales. De antwoorden kan zij niet meer geven – maar u en ik samen komen in de loop van deze avond vast een heel eind.

Natuurlijk begin ik dan met het thema Gelijke behandeling. Op 10 en 11 februari 1993 verdedigde Ien Dales haar Wet gelijke behandeling in de Tweede Kamer. Het verslag van dat debat is nog steeds bijzonder om te lezen. Zoals de discussie met Meindert Leerling, Kamerlid van de RPF, een voorloper van de Christenunie. In felle bewoordingen wees hij erop dat een christelijke school een kandidaat-docent toch mag vragen of deze bereid is – ik citeer – “te leven naar Gods woord en geboden”. Dales gaf geen krimp. “Als u mij die vraag zou stellen”, zei ze, “dan zou ik daar volmondig JA op zeggen. Ik ben daartoe zeker bereid.” “Maar”, zo voegde ze toe – ik citeer: “dan niet naar de uitleg van bepaalde volksdelen die daaronder vatten dat je dan dus niet homofiel bent.”

Helder, overtuigend en zuiver redenerend verdedigde zij haar wet. “De wetgever heeft bij uitstek de taak om de algemene norm te stellen”, zo was zij haar betoog begonnen. En “de overheid heeft jegens haar burgers de plicht om een adequate rechtsbescherming tegen discriminatie te bieden”. Woorden die in 2020, meer dan 25 jaar na de aanvaarding van haar wet, nog niets van hun waarde hebben verloren.

En toch zien we dat er nog steeds mee gerommeld wordt.

Om een voorbeeld te noemen.

Sinds 2014 is eindelijk in de wet geregeld dat ambtenaren van de burgerlijke stand niet mogen weigeren om paren van gelijk geslacht in de echt te verbinden. Maar toen die wet werd ingevoerd, mochten alle al aangestelde trouwambtenaren blijven zitten. Dus ook zij die uitsluitend huwelijken tussen een man en een vrouw wilden sluiten. Er is in Nederland dus nog steeds een klein aantal trouwambtenaren dat weigert de wet uit te voeren. Ik vind dat dat niet kan. Zoals de indieners van de wet terecht aanvoerden: ambtenaren moeten neutraal zijn en zich te allen tijde houden aan de wet. En het zou onjuist zijn als we de indruk zouden wekken dat vrijheid van godsdienst belangrijker is dan artikel 1. Er is geen hiërarchie in grondrechten. Het mooie van onze grondwet is juist dat al die artikelen even belangrijk zijn. Dat is soms een spanningsveld, maar daarmee om kunnen gaan is de kern van onze democratie.

Ik had Dales graag willen vragen hoe zij hier over denkt. De openstelling van het huwelijk voor homoseksuelen heeft zij niet meer mee mogen maken – en dus ook de weigerambtenaar niet. Maar ik denk wel dat ik weet wat zij er van had gevonden. Ik citeer: “De wetgever heeft bij uitstek de taak om de algemene norm te stellen.” En daar heb je je maar aan te houden.

Maar het gaat mij in deze kwestie eigenlijk om een dieper liggende vraag. Namelijk: accepteer je iemand nu werkelijk, of is het: je bent hét of hier nu eenmaal, maar ik wil het eigenlijk niet merken?

Dat speelde toen al - ook nog in de jaren ’60 en ’70 - toen scholen wilden dat homoseksuele leraren hun mond hielden over hun geaardheid. Dus je mag op school niets vertellen over je zieke partner of eventuele kinderen. Of wat mijn oude leraar Nederlands meemaakte: geen vrij krijgen als je geliefde is overleden.

Je mag het zijn, maar we willen het niet zien.

Maar het speelt ook op andere terreinen. En in deze tijd misschien nog wel meer dan vroeger.

Sinds de jaren van Ien Dales is Nederland nog diverser geworden. Veel arbeidsmigranten hebben zich met hun families blijvend gevestigd. Vele mensen op de vlucht voor oorlog vonden in ons land een nieuw thuis.

In 1993 berekende het CBS dat zo´n 6 procent van de bevolking van niet westerse buitenlandse afkomst was – in 2019 is dat percentage boven de 13.

En ook over hen wordt het tijd dat we ons afvragen: accepteren we iemand nu werkelijk? Of is het: “je mag hier zijn, maar we willen er niet te veel van merken? Je mag hier zijn, maar we staan niet open voor wie je bent?”

Ik zou Dales willen vragen of zij vindt dat artikel 1 geldt voor iedereen in ons land, of alleen voor autochtonen. En ook hier ben ik wel vrij zeker van het antwoord.

Ik zei al eerder: Dales had uitgesproken opvattingen, maar ze stond ook open voor die van anderen. Toen VVD leider Bolkestein in september 1991 in een artikel in De Volkskrant ervoor pleitte meer lef te tonen in het debat over integratie, vielen velen over hem heen. Dales niet. Zij wilde dat debat wel aangaan. „In ons land moeten we openlijk en zonder aarzelingen kunnen discussiëren over onderwerpen als integratie". En zelf vond ze trouwens de destijds populaire uitdrukking integratie met behoud van eigen identiteit ´niet zo gelukkig´ - haar woorden. „Het gaat niet om het behoud van iets. Men moet zich voor elkaar open willen stellen."

Na bijna 30 jaar is dat wat mij betreft nog steeds de kern waar het om draait. Men moet zich voor elkaar open willen stellen. En ik ben bang dat we daar in die 30 jaar nog niet erg zijn opgeschoten.

Ik denk dat we er in Nederland alleen uit komen , als we elkaar niet alleen gelijk behandelen, maar ook van beide kanten laten zien dat we geinteresseerd zijn in elkaar. In elkaars cultuur, elkaars geschiedenis en elkaars ervaringen. We komen er niet met de houding: die Turkse buurman is er nou eenmaal, maar het kan me niet schelen wat hij denkt, hij moet zich gewoon aanpassen. Die mevrouw van de Turkse vrouwenclub, die moeder van Sinan Can - ze is er nou eenmaal, maar haar geschiedenis hoef ik niet te kennen.

Net zo min als de moeder van Nuredin en Mustafa kan volhouden, dat ze niet geìnteresseerd is in de vraag hoe de moeder van hun schoolvriendje Thomas eigenlijk leeft, gelooft en denkt. Of dat de vader van Nuredin kan denken: het mag hier wel een democratie zijn, maar daar ben ik tegen, dus daar ga ik mij niet aan houden.

Dan kunnen we niet meer volhouden als we echt willen samenleven in dit land.

Het is een kwestie waarover ik als voorzitter van het Nationaal Comité 4&5 mei veel nadenk. Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de oorlog en op 5 mei vieren we dat we bevrijd zijn en dat we nu al weer 75 jaar een vrije, democratische rechtstaat zijn. Het is bij uitstek een moment waarop we als volk een eenheid zijn, ons met elkaar verbonden voelen. Maar waarom zie ik zo weinig nieuwe landgenoten op de Dam?  Het Nationaal Comité heeft als opdracht richting, inhoud en vorm te geven aan herdenken en vieren én aan het levend houden van de herinnering van de Tweede Wereldoorlog. En we hebben de opdracht én de ambitie om alle mensen in ons land daarbij te betrekken.

Op 4 mei herdenken we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, burgerslachtoffers in het hele Koninkrijk, slachtoffers van de Holocaust, verzetsstrijders, gesneuvelde militairen. En sinds 1961 ook Nederlandse militairen die in latere jaren omkwamen bij vredesmissies en op andere slagvelden sneuvelden.

Het Nationaal Comité doet jaarlijks onderzoek naar het draagvlak voor 4 en 5 mei. Dat is buitengewoon groot. Ruim 90% van de inwoners neemt deel aan de twee minuten stilte. Er is nauwelijks verschil in de betrokkenheid van oude en nieuwe Nederlanders. Maar nieuwe Nederlanders zeggen: we hebben respect voor de herdenking van slachtoffers van de oorlog,  maar we voelen ons niet uitgenodigd op de 4 mei-herdenkingen. Ze zien het als een herdenking  van en voor mensen die de oorlog in Nederland hebben meegemaakt.

Ik zeg bij ontmoetingen vaak tegen allochtone jongeren ‘ik ben van ná de oorlog, ik heb de verhalen gehoord van mijn grootouders, er veel boeken over gelezen, maar ik was er net als jullie niet zelf bij. Waarom vragen jullie niet eens aan je ouders of grootouders hoe de Tweede Wereldoorlog – ik herhaal: wereld-oorlog – Turkije heeft getroffen, of Marokko, of Afrika? Hebben we een eigen geschiedenis, of zijn we allemaal erfgenamen van de wereldgeschiedenis? Betrekken wij nieuwkomers bij 4 mei of is dat iets van ons, zij die hier al meer dan drie generaties wonen?  Als wij nieuwkomers laten merken, dat wij ook geïnteresseerd zijn in hun geschiedenis en oorlogservaringen – dan voelen zij zich misschien wél uitgenodigd om actief deel te nemen aan herdenkingen.

Dat zou ik dus ook aan Ien Dales willen vragen: vindt u dat nieuwe Nederlanders ook recht hebben op erkenning van en ruimte voor hun eigen geschiedenis en eigen oorlogservaringen?

En voor 5 mei geldt op een andere manier hetzelfde.  We vieren dan dat wij in vrijheid kunnen leven, in een vrije democratische rechtstaat. Maar het is tegelijk een goed moment om stil te staan bij wat die begrippen dan betekenen. Wat is de waarde van de vrijheid, de democratie en de rechtsstaat? Wat betekenen die in deze tijd? Wat betekenen ze in een land met zoveel verschillende mensen, met zoveel verschillende opvattingen – die ook vaak nogal uitgesproken worden beleefd? Zowel door autochtone Nederlanders, als door hen die hier nog niet zo lang wonen? Op de 14 Bevrijdingsfestivals, maar ook tijdens de vrijheidsmaaltijden - die hopelijk  vanaf 5 mei 2020 door het hele land gaan plaatsvinden - zou daarover het gesprek moeten gaan.

Ik zou aan Ien Dales willen vragen: “Denkt u - net als ik - dat in deze tijd het gesprek over die waarden van enorm belang is?” En ik zou haar vragen bij een van die vrijheidsmaaltijden een tafelrede te houden over juist dit thema: de waarde van vrijheid, democratie en rechtstaat.

Want er komen leiders aan de macht – ook in keurige, democratische staten - die het niet zo nauw nemen met de waarheid, of met democratische waarden. Leiders die diegenen die met elkaar de basis vormen van een democratische rechtstaat, zoals politici, rechters en journalisten, verdacht maken. Die de mensen in het land niet met elkaar proberen te verenigen, maar hen juist tegen elkaar opzetten. Onder het motto: wie anders denkt is niet iemand die ik misschien kan overtuigen – of hij mij – nee, het is een tegenstander, een vijand.  

En er komen steeds meer mensen, die betwijfelen of democratie nou echt wel het beste is. Ze zijn er niet meer trots op. Ze vinden het vanzelfsprekend, zijn niet anders gewend.

 In de laatste aflevering van zijn prachtige serie Chinese dromen staat Ruben Terlou in het kleine democratische Taiwan op de plek waar je de Volksrepubliek China goed kunt zien liggen. Het is maar een paar kilometer. Naast hem staan twee oudere mannen. En op de vraag wat zij nou van de situatie vinden antwoorden ze:  ´Moet je zien, China gaat toch véél harder vooruit dan Taiwan! Als je daar een brug wilt bouwen, dan zeggen ze: een brug is goed voor iedereen! En dan slopen ze gewoon de huizen die in de weg staan. Wij hebben democratie. Hier moet dan eerst elke huizenbezitter onteigend worden. Daarom gaat alles daar veel sneller dan bij ons.´ En vrijheid? ´Ach, dat is iets waar de Taiwanese politici vooral veel over praten.´

Dat is China. Maar ook in Nederland zien we wat NRC columnist Tom Jan Meeus noemt ´de sluimerende verandering van het democratiebesef ´. Hij ziet dat niet alleen bij burgers, maar ook bij politici. Politici die het wel leuk lijkt om de baas te spelen, net als die politici in Netflixseries. En dan niet alleen de baas over het land, maar ook over de feiten. Politici die het niet zo nauw nemen met de waarheid. Die alleen uitgaan van hun eigen gelijk. En Meeus ziet de afnemende waardering voor, ik citeer: ´het geduld van de representatieve democratie, waarin macht pas ontstaat als je rekening kunt houden met anderen´. De conclusie van deze columnist was somber: ´zo ging dit jaar, met de groei van de eigenliefde en het autoritaire verlangen naar eigen feiten, de vergruizing van het land voort´.

Ik ben niet zo somber. Maar ik vind wel dat we alert moeten zijn. Voortdurend – en zéker op 5 mei – het gesprek aangaan over de grote waarde van de democratische rechtstaat. Wat maar weer aantoont hoe belangrijk het is om van 5 mei een echte vrije dag te maken… 

En ja, je moet dan ook wel naar elkaar luisteren. Echte democratie is een regering van de meerderheid die ook heel goed rekening houdt met minderheden. Het kost allemaal tijd, het is allemaal omslachtig. Maar het is écht de beste manier van met elkaar samenleven.

Dames en heren,

Ik kom terug bij de weigerambtenaar, bij de wet op de gelijke behandeling. Bij het feit dat er nog steeds mensen zijn, ambtenaren, dus mensen die trouw aan de grondwet hebben gezworen, overheidstaken in het verlengde van deze wet uitvoeren, die zich niet aan de wet houden – en dat we dat laten lopen.

Misschien is het wel typisch Nederlands. Een beetje wegkijken. We gedogen van alles: weigerambtenaren, softdrugs, kapotte achterlichtjes. Als onze volksvertegenwoordiging kiest voor een verbod op gezichtsbedekkende kleding in openbare ruimtes, dan zijn er bestuurders die zeggen: dat gaan we niet handhaven.

Maar hoe diverser de samenleving wordt, hoe belangrijker, maar ook ingewikkelder het wordt om te zorgen dat iedereen precies weet wat je nou wel en niet mag doen. Iedereen wordt geacht de wet te kennen – maar in Nederland word je óók nog geacht door te hebben wanneer je daar een beetje de hand mee kan lichten en wanneer niet. Ik denk dat dat niet meer vol te houden is. Ik denk, dat we eens goed moeten praten over die gedoogcultuur. En nadenken over de vraag, of heldere regels – die ook gehandhaafd worden – niet een betere basis geven voor hoe we met elkaar omgaan in een complex en divers land.

Ook deze kwestie had ik graag aan Ien Dales voorgelegd. Maar misschien kunnen we voor het antwoord te rade gaan bij haar befaamde toespraak voor de VNG in 1992. De toespraak waarin zij pleitte voor – of nee, de eis stelde van - bestuurders met ´moed, karakter en zichtbare onkreukbaarheid`. De toespraak die eindigde met de alom bekende zinnen: ´het bewust even een andere kant opkijken, is fnuikend. De overheid is óf wel óf niet integer. Een beetje integer kan niet.´

Dit waren mijn vragen aan Dales – en mijn antwoorden. Ik dank u voor uw aandacht – en nu zou ik graag willen weten wat u denkt dat Ien Dales van dit alles gevonden zou hebben. Of wat u er zelf van vindt natuurlijk.

 


Hieronder vindt u nog de lezing van 2019 door Sinan Can.

25 januari 2019, Nijmegen

 22ste Ien Dales lezing

Een ode aan de vrouw; een beetje gelijk bestaat niet.

 De eerste vrouwelijke burgemeester van Nijmegen komt de grote kamer binnen van een oud kantoorgebouw op de bovenverdieping aan de Burchtstraat. Het is het jaar 1988. Hier zetelt de Turkse vrouwenvereniging, die daar samen met een andere vrouwenvereniging regelmatig bijeenkomsten houdt. Vrij snel na haar aanstelling als burgemeester heeft Ien Dales kennisgemaakt met mijn moeder als voorzitter van de Turkse vrouwenvereniging en beloofd om snel langs te komen. En zo geschiedt het.  Bij haar binnenkomst in de zaal, waar vele migrantenvrouwen aanwezig zijn, brengt burgemeester Dales rust en warmte. Ik ben elf jaar en het is mijn eerste ontmoeting met Ien Dales en überhaupt met een burgemeester. Het wordt een dag die een onuitwisbare herinnering achter laat. Tussen deze strijdbare vrouwen breng ik een groot deel van mijn jeugd door. Door te verenigen delen deze vrouwen hun lief en leed. Samen gaan ze de strijd aan voor hun vrijheid, gelijkheid, menswaardigheid en om te kunnen zijn, wie ze willen zijn. Naast emanciperen, moeten deze vrouwen ook een nieuwe taal leren en dus ook integreren in de Nederlandse samenleving.De betrokkenheid en oprechte belangstelling van Dales voor de vele verhalen van de vrouwen met een niet al te makkelijk leven, maken op mijn moeder een onvergetelijke indruk.De bijzondere ontmoeting en vooral de steun die burgemeester Dales laat voelen, motiveert mijn moeder en andere vrouwen om verder te gaan met hun missie. Op Ien kan ze vertrouwen en bouwen, zó voelt het. Het leert mijn moeder om niet op te geven. En ook nu, ruim dertig jaar later, voelt ze de kracht van Dales nog immer.

Dames en heren,

voor u staat een gelukkige man, het is mij een voorrecht om aan u de 22ste editie van de Ien-Dales lezing te mogen voordragen. Ien Dales staat voor emancipatie, voor de rechten van de mens, solidariteit  en voor rechtvaardigheid. Deze kernwaarden zijn belangrijk voor een vrije, geëmancipeerde en hechte samenleving. Die continue bevochten moet worden.

De recent ook in Nederland in het nieuws gekomen onsmakelijke Nashville-verklaring laat zien dat inclusiviteit geen vanzelfsprekendheid is en dat publiekelijk uitsluiten in een moderne westerse democratie ook zomaar kan.

De vrijheid om je eigen partner te mogen kiezen ongeacht zijn of haar kleur, geaardheid, religie of levensopvatting, daar staat Ien Dales voor. Deze uitdaging is voor de hele mensheid bedoeld.

Ik wil haar boodschap doorgeven door een Ode aan de Vrouw te brengen.

In 1969 werd Shirley Chisholm het eerste zwarte parlementslid voor de Democraten in Amerika. Ze zei dat ze als vrouw veel vaker gediscrimineerd werd, dan als kleurling. Ook gaf ze aan dat het een onuitgesproken veronderstelling is, dat vrouwen anders zijn. Het ‘Equal Rights Amendment’ diende ze in om aan iedereen, ongeacht huidskleur of geslacht, gelijke rechten toe te kennen.

Dat wat allang een vanzelfsprekendheid had moeten zijn, is nog lang geen vanzelfsprekendheid. Ook al is een waarde zoals gelijkheid bij wet geregeld, zolang die gelijkheid en gelijkwaardigheid niet door iedereen geaccepteerd worden, hebben vrouwen nog een lange weg te gaan. De noodzaak voor verandering is wereldwijd zichtbaar en voelbaar.

Overal waar ik in de wereld ben, zie ik het verzet van vrouwen en hun vastberadenheid in hun gevecht voor gelijkheid, vrijheid en rechtvaardigheid. Dat is iets om te koesteren.

Deze ‘ode aan de vrouw’ draag ik op aan alle vrouwen in Nederland en over de hele wereld. Ik ben in mijn jeugd opgevoed door sterke, strijdbare en liefdevolle vrouwen, zoals mijn moeder en mijn oma. Mijn moeder was de voorzitter van de Turkse vrouwenvereniging in Nijmegen in de jaren tachtig en negentig. Als kind hoorde ik de verdrietige verhalen van de vrouwen die in hun dagelijkse leven letterlijk aan het overleven waren, vanwege huiselijk geweld, eerwraak, onderdrukking, uithuwelijking, armoede, analfabetisme of mentale problemen. Mijn liefde voor rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid heeft zich toen ontwikkeld. Misschien heb ik niet altijd volgens mijn idealen geleefd, maar ik geloof in de wet van de liefde, waar geen ruimte is voor ongelijkheid, haat en geweld. Het raakte me enorm als kind, omdat ik hun verdriet voelde.…

Als de muren van het oude gebouw aan de Burchtstraat in Nijmegen konden spreken, dan hadden we nu, hier,  het verdriet van de vrouwen, gevoeld.

Overal in de wereld hebben vrouwen extra hard moeten vechten voor hun rechten. Als we teruggaan in de geschiedenis dan zie je hoe de negatieve beeldvorming over de vrouw is ontstaan: het verhaal van Adam en Eva; onnozele Eva zou ons uit de hemel hebben verjaagd. En in de Griekse mythologie was het Pandora die achteloos de doos opende en ons in ellende heeft gestort.

In 1776 stond er in de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten dat ‘’alle mensen als gelijken geboren worden’’. Maar dit gold niet voor vrouwen. Zo zijn er in de geschiedenis vele momenten en verhalen geweest die de achterstelling van vrouwen alleen maar meer hebben aangewakkerd. Gelukkig heeft deze ongelijkheid tot veel verzet geleid van vrouwen, over de hele wereld en op verschillende momenten in de geschiedenis. Er waren vrouwen die rassendiscriminatie niet accepteerden, zoals Rosa Parks. Zij heeft geschiedenis geschreven. Ze is vooral bekend geworden door haar verzetsdaad in Montgomery, in de VS in 1955. Op dat moment weigerde  deze jonge vrouw,  haar voor zwarten gereserveerde zitplaats af te staan aan blanke passagiers. Hoe sterk is dat?!

Dichtbij huis hebben we Aletta Jacobs. Jacobs legde in 1877 en 1878 haar artsexamen af, waarmee ze de eerste vrouwelijke Nederlandse arts werd. Later vestigde Jacobs zich als huisarts in Amsterdam, waar ze wekelijks gratis spreekuren hield voor minder vermogende vrouwen, cursussen gaf en het pessarium als voorbehoedsmiddel introduceerde. Het is een herinnering aan deze vrouw die we moeten koesteren.

Al decennialang strijden vrouwen voor hun vrijheid en gelijkheid. Dankzij de offers en strijd van vele vrouwen, kunnen sommige andere vrouwen ook weer verder emanciperen. De beelden van de Afghaanse vrouw Farkhunda Malikzada, die in Kaboel werd gelyncht door een groep haatmannen zijn op mijn netvlies gebrand. Ik kan dat beeld maar niet vergeten. Op de plek waar ze is overleden, heb ik letterlijk gestaan. Ik stond stil, keek om me heen en was verdrietig.

In de zomer van 2017 ben ik getuige geweest van de verovering van de Iraakse stad Mosul op IS. In de tuin van een hotel zag ik de kooien, waarin  ze vrouwen hadden vervoerd en op de markt als seksslaven hadden verkocht.

Een onmenselijk en walgelijk beeld...

Ik heb de vrouwen op de barricades gezien op het Tahrirplein in Egypte tijdens de Arabische Lente, en in Noord-Syrië hoe ze als leeuwinnen vochten tegen de Jihadisten van IS. Enerzijds moedig en strijdbaar, anderzijds zo kwetsbaar.

In Amerika zag ik hoe moedige vrouwen de Women’s March liepen. In Afghanistan zag ik dat de vrouwelijke politieagenten zich niet bang lieten maken voor intimidaties en bedreigingen van de Taliban. In Saoedi-Arabië zag ik vrouwelijke activisten die door de barrière van angst braken,  en vervolgens opgepakt zijn. Ja, ik heb vele dappere vrouwen gezien tijdens mijn reizen. Ondanks de ellende, gaven ze me hoop. Hoop dat verandering mogelijk is en dat alles omkeerbaar is. Het waren stuk voor stuk vrouwen die geschiedenis hebben geschreven en nog gaan schrijven.

Ik ben geboren en getogen Nijmegenaar. Ik heb een liefdevolle en een heel fijne jeugd gehad in een wijk waar diversiteit een gegeven was.  Juist die vereniging van verschillen, hebben mij veel moois laten zien van de mens. Helaas zijn er plekken op de wereld waar mensen beperkt worden in hun vrijheid, omdat zij juist verschillend zijn. Mensen worden gevangen.genomen, vanwege hun seksuele geaardheid. Mensen worden onderdrukt, omdat ze in een ander god geloven. Mensen worden niet geaccepteerd, vanwege hun huidskleur…

Hoort dit bij het leven?

Er zullen misschien altijd conflicten zijn op de wereld. Wat mij echter hoop geeft, is dat er ook mensen zijn die opstaan en zich verzetten tegen conflicten, tegen oorlogen en tegen onrechtvaardigheid. Het zijn mensen met een ziel en goed moreel kompas zoals Ien Dales.

Ik denk vaak terug aan de vrouwen van de Turkse vrouwenvereniging van mijn moeder. Ze leverden een strijd in hun eigen omgeving en voor een gelijkwaardige positie in de Nederlandse samenleving. Ik moet tegelijk denken aan de vrouwen en meisjes die ik tijdens mijn reizen heb ontmoet; die te maken hebben gehad met intimidatie, geweld, discriminatie, onderdrukking en gebrek aan gelijke kansen. Hun levens worden bedreigd, hun potentieel wordt gestolen. Dat moeten we niet toestaan, en ons verzet moet duurzaam zijn. Het Westen moet opstaan en openstaan voor hun strijd, om hen op zijn minst een menswaardig bestaan te kunnen geven.

Mijn vader stond ooit met één koffer hier op het station in Nijmegen. Hij was gastarbeider, kwam hier om te werken, en nam het idee dat ieder mens zich nuttig moet maken voor de samenleving met zich mee. Dat draag ik bij me en wil ik graag uitdragen. Maak je nuttig voor de samenleving, maak het verschil voor een ander, hoe klein dat verschil ook is. Leef niet alleen voor jezelf. Leef voor de vrouwen aan wie het leven wordt ontnomen door onderdrukking, door macht en door ongelijkheid.

Leef met liefde, want dat is wat er nodig is: meer liefde voor elkaar. Ik geloof ook in de wet van de liefde, waar geen ruimte is voor haat, onrecht en onderdrukking.

Zoals mijn grote voorbeeld de soefi mysticus Rumi ruim 800 jaar geleden zei: Een leven zonder liefde is nutteloos. Vraag jezelf niet wat voor soort liefde je moet zoeken, of dat spiritueel of materieel moet zijn, of  goddelijke liefde of alledaags liefde, oosters of westerse liefde. Divisies leiden alleen maar tot nog meer verdeeldheid. Liefde heeft geen labels, geen definities. Het is wat het is, puur en eenvoudig. Liefde is het water van het leven.

En ja, dat klinkt misschien soft uit mijn mond, iemand die veel ellende in de wereld heeft gezien. Maar het is ook precies wat Ien Dales dreef, de vrouw die in de herinnering van velen misschien meer ‘strijder’ dan ‘liefdegever’ was. Maar zij is de vrouw die begreep dat het echte samenleven, in volwaardigheid en gelijkheid leven, niet vanzelfsprekend is. In de vrij recent vrijgegeven notulen van de ministerraad over Srebrenica blijkt dat zij als minister in 1993 openlijk een moreel appèl deed om in te grijpen in Srebrenica.“Nederland kan dat niet met schone handen laten gebeuren. Bij de aanloop naar en het begin van de Tweede Wereldoorlog is ook te lang de ogen gesloten voor wat er gaande was.” In de ministerraad gaf ze aan dat in “historisch perspectief zou worden geoordeeld” over hoe landen zich hebben opgesteld. Hier zie je een Staatsvrouw, inderdaad, vrouw, met het juiste morele kompas en met een houding en visie waarmee ze ver voor de troepen uitliep. ‘Een beetje integer bestaat niet’, deze woorden van Ien Dales kennen we ook. Vandaag de dag nog zo actueel en belangrijk. De politiek zou het vertrouwen moeten winnen van de burgers. Dat doe je als je de mens centraler zet. ‘Ik denk niet in wetten, ik denk in mensen’, zei Dales. En dus trok ze in de twee jaar dat ze burgemeester van Nijmegen was, de wijken van Nijmegen in. Zo leerde ze de problemen van de Nijmegenaren kennen, dronk ze een glas bier met de inwoners in de achterstandswijken, die de hoop op een mooier leven allang verloren hadden. En zo was haar betrokkenheid zichtbaar en voelbaar… Dames en, vooruit dan, heren, Ien Dales heeft de strijdvaardigheid van vrouwen zoals mijn moeder aangewakkerd. In een interview heb ik met enige aarzeling de gedachte om burgemeester van Nijmegen te willen worden aangekondigd. Ik hou van deze stad en symbolisch gezien zou het prachtig zijn om er de sleutel van te hebben. Maar de volgende burgemeester van Nijmegen moet een vrouw worden. En die daarna en daarna en daarna ook. Ook mannen moeten leren plaatsmaken voor vrouwen en emanciperen. Al die sterke vrouwen die ik genoemd heb, hebben mij gesterkt in de overtuiging dat de verandering bij ons zelf begint. We moeten ons verzetten tegen onrecht en ongelijkheid. Laten we met zijn allen afspreken dat we nooit onverschillig worden. De uitdaging is ook om niet de hoop te verliezen en om als samenleving hechter te worden, door te waken voor de vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid. En die hoop, daar staat Ien Dales voor. Moge er nog duizenden Ien Dalesjes geboren worden, vrouwen die het leven openbaren, die ons er keer op keer op wijzen dat een beetje gelijk niet bestaat. Gelijkheid is geen te bediscussiëren definitie. Vrouwen snappen dat. Leve de vrouw. Mijn dank aan u is groot! ⧿ Sinan Can